RSS

Informatie over Diet Huber

22 Jun


Diet Huber is geboren in Leeuwarden. Haar kinder- en jeugdjaren bracht ze door in Leeuwarden, Bolsward en in Heerenveen/Oranjewoud. Ze groeide op in een meertalig milieu; met haar moeder sprak ze Fries, met haar vader Nederlands en op straat met haar speelkameraadjes Liwwadders (stadsfries). Na haar middelbare school wilde ze graag verder studeren, maar daar was thuis, tijdens de crisisjaren, geen geld voor. Zo belandde ze als verkoopster in een manufacturenzaak in Heerenveen. ’s Avonds na haar werk deed ze de dingen waar ze echt van hield, tekenen en schrijven. Na de oorlog in 1946 kreeg ze de kans om te gaan studeren aan de Amsterdamse Kunstnijverheidsschool, de voorloper van de Rietveld Academie. Ze volgde daar de opleiding tekenen en illustreren.

Ze vestigde zich na haar afstuderen in 1950 voor een jaar in Stockholm. Om geld te verdienen werkte ze als hulp in de huishouding, maar al gauw kreeg ze free-lance opdrachten als illustratrice voor Zweedse boeken en tijdschriften. In 1951 ging ze terug naar Amsterdam, waar ze in 1955 trouwde met Bert Barkey, geoloog van beroep. Met man en dochter ging Diet Huber in 1961 opnieuw naar Zweden, het gezin verbleef daar tot 1970. In dat jaar gingen ze terug naar Amsterdam, waar ze de rest van hun leven zouden blijven wonen.Tijdens hun verblijf in Zweden vermaakte Diet Huber de verjaardagsvisite van haar dochter eens met een eigengemaakt poppenspel, en het succes van de voorstelling was zo groot dat die uitgroeide tot een professioneel reizend theater.

Fedde Schurer, de toenmalige hoofdredacteur van de Friese Koerier, vroeg Diet Huber in 1952 om voor zijn krant de redactie van de kinderpagina op zich te nemen. Van Schurer kreeg ze de vrijheid om de pagina naar eigen inzicht  te vullen; ze deed dat onder meer met verhaaltjes, gedichten, een verjaardag- en een brievenrubriek. Ze schreef de stukjes in het Fries of in het Nederlands en ondertekende ze respectievelijk met Diet Huber of met Marja. De illustraties voor de pagina maakte ze zelf. Haar gedichten waren sprankelend en nieuw door de rijke fantasie, de klankrijkdom, de associaties en de keuze van de onderwerpen. In een tijd waarin de toon van gedichten voor kinderen vooral moralistisch en anekdotisch was, deden en zeiden de kinderen en dieren die in de gedichten van Huber figureerden de gekste dingen. In 1952 verzorgde ze ook de illustraties bij het Boek foar Fryske Bern (Boek voor Friese kinderen).

Het landelijk dagblad Het Parool vroeg Diet Huber om Annie M.G. Schmidt op te volgen als redactrice voor haar kinderpagina. Een groot aantal gedichten die ze schreef voor Het Parool zijn later gepubliceerd in verschillende bundels: De Veter-eter (1979), die bekroond werd met een Vlag en Wimpel, Letje Annebetje Bot (1981) en Daar moet je nou een beest voor zijn (1989).

In het Fries publiceerde ze in die periode onder andere De teltsjebeam (De verhaaltjesboom) (1976), in bundel met Fryske Poesyalbumferskes  (1979) en It Abee fan Boukje (1982). Voor dat laatste boek kreeg ze Europese erkenning met de Premio Europeo di Padua.

Inspiratie vond Diet Huber in de wereld dicht om zich heen. Een toevallig gelezen woord in een woordenboek kon zo maar een gedicht laten opborrelen, maar ook het verleden ‘toen en nu’, jongens en meisjes, liefde, armoede, de omgang met ouders, vriendenschap, maar ook het ‘anders’ zijn, behoorden tot de onderwerpen waar Diet Huber over schreef. Ze wist ‘zware’ onderwerpen op een humoristische wijze te verwoorden. Mensen vormden haar grootste inspiratiebron, haar eigen dochter zette haar op het spoor van het poppentheater, op het dichten en op het schrijven van haar roman Rinske en de stoomtram (1986). In de jaren tachtig kwam se toevallig terug in de Leeuwarder straat waar se als klein meisje gewoond had, het zette haar aan tot het schrijven van de verhalenbondel Nûmer alve (1988). Ze stimuleerde kinderen om te spelen met taal en om met taal aan de slag te gaan. Ook haar eigen werk valt op door de rijkdom aan klank en muzikaal taalgebruik.
Voor de leesserie Leesleeuw van de schooluitgeverij Zwijsen heeft Huber jarenlang gedichten geschreven. Via de Stichting School Samenleving trok Diet Huber in de jaren zeventig en tachtig met verschillende poëzie-programma’s langs scholen, bibliotheken, verenigingen en andere instellingen.

In 1994 werd de schrijfster kort na elkaar getroffen door een hart- en een herseninfarct. Ze ging op geheel eigen wijze met die kwalen om; ze schreef tragikomische gedichten en brieven in dagboekvorm onder de titel Oh! Juffrouw Angina Pectoris (niet uitgegeven). Ter gelegenheid van haar tachtigste verjaardag schreven verscheidene Friese collega-dichters een vers voor Diet Huber. Ze werden gebundeld en uitgegeven onder de titel Fiif dogeneaten yn in sok (Vijf deugnieten in een sok) (2004). De illustraties bij de gedichten zijn voor het grootste deel van de hand van Huber zelf, maar ook van Karin Poiesz.

Bron: http://www.tresoar.nl/mmtresoar/main/content_pagina_volledig_teaser_rechts.jsp?lang=nl&pagina=skr_huber_d

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

 
%d bloggers op de volgende wijze: